40. Croonhoven

Sappemeer 1974-1978

CroonhovenIn de 17e en 18e eeuw bouwden verveners hun mooie buitens, de zogenaamde veenborgen, langs het kanaal van Sappe­meer. Er werden grote tuinen naar de eisen des tijd aangelegd en het geheel kreeg een trotse naam. Begin 19e eeuw zijn de meeste veenborgen gesloopt en de tuinen gekapt of ver­waar­loosd. Bij de woon­uitbrei­dingen van de 20e eeuw kwamen sommige namen weer in omloop voor straat, gebouw of begraaf­plaats.

De doopsgezinde kerk en pastorie staan op de grond van de veen­borg Croonhoven, eens toebehorend aan de beruchte familie De Mepsche. Van het borgpark zijn de rode beuk naast de pastorie en een oude dubbele taxus in de achtertuin nog over. Toen de pastorie aan de buitenkant geverfd werd, vroeg ik of met het oog op de plaatselijke historie de naam ‘Croon­hoven’ op de daklijst geschilderd kon worden. Daar voelde de kerkenraad niet voor. Het karwei werd te duur en de naam paste niet op een doperse pastorie. Bovendien had De Mepsche destijds grote ruzie gehad met de toenmalige doops­gezinden, het Ulco-Wallisvolk.

Op een heel merkwaardige wijze is de naam Croonhoven toch op de daklijst gekomen.

Eenmaal per veertien dagen komt de zusterkring bijeen. De leden zijn oudere vrouwen, die al heel lang lid zijn en als ware zusters bij elkaar horen. Op een keer heerste er een gedrukte stemming. Een van de leden, zr.* G., was die morgen onver­wachts in het zieken­huis opgenomen en zou diezelfde middag een spoedoperatie onder­gaan. Mijn meditatie ging die middag over de genezing van de schoon­moeder van Petrus. Een ver­haal dus waarvan de boodschap nauw samenhing met de situatie op de kring. Ik vatte de moed om aan het eind van de overdenking met de zusters te bidden voor zr. G. en vroeg om Gods zegen over haar.

Bidden op de zusterkring was niet de gewoonte. Ditmaal ech­ter was een gebed gewenst en het maakte diepe indruk op de zusters. Na­tuurlijk werd later in de gemeente bekend, dat ik voor zr. G. ge­beden had. Gelukkig verliep de operatie goed en drie weken later was zr. G. hersteld weer thuis. Wij waren allen hier dankbaar voor.

Korte tijd later kwam br.* G. bij mij. Hij had gehoord dat ik voor zijn vrouw gebeden had en kwam mij daarvoor, ook namens haar, bedanken. Die dank leek mij nu niet direct voor mij be­stemd. Br. G. had ook gehoord van mijn wens om de naam op de pastorie te zetten. Daar wilde hij nu voor zorgen. Hij zou op een plank van de juiste maat en kleur van de daklijst de naam ‘Croonhoven’ in 18e eeuwse letters laten schilderen. De plank zou op de daklijst worden geschroefd, zodat zij indien nodig er afgehaald kon worden. Br. G. zou de zaak wel met de kerken­raad in orde brengen.

Diezelfde middag kwam een schilder opmeten en een week later prijkte de naam ‘Croonhoven’ op de nieuw geschilderde pastorie. De plaatselijke historie bleef bewaard en ik hoop dat alle toekomstige kerkenraden er zorg voor blijven dragen.


* Doopsgezinden spreken elkaar vaak aan met ‘zuster’ of ‘broeder’


Deze column verscheen oorspronkelijk in 1992 in het

logo Algemeen Doopsgezind Weekblad

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.