Dinsdag 24 april 1945 (slot)

Als je in een van de laatste straten staat, heb je een prachtig gezicht op het dorp. Voorburg ligt voor me, het dorp waar ik ben opgegroeid. De plaats van mijn jeugd.

Op de voorgrond staan enige hoge Italiaanse populieren. Aan de zijkant liggen enige polders waarin de koeien rustig grazen. Over de weiden heen zie je de huizen: vooraan nieuwe met rode daken, meer naar achteren de oudere. Ertussen veel groen van het voorjaar.

Achter de huizen en ertussen rijst de torenspits van de oude dorpskerk op. Het haantje, de torenvensters en de wijzerplaat glanzen in de zon. Donker steken de galmgaten tussen de oude stenen af. Achter het geheel de bomen van de Vliet. Er toetert een boot…


Hoog in de lucht zweeft een meeuw. In de verte een reiger, die naar het nest vliegt. Een prachtige avond is het. De grote brede drukke verkeersweg is doodstil, uitgestorven bijna, want het is haast acht uur.


Voorburg, zo wil ik je in mijn herinnering bewaren. Zo ken ik je al jaren lang, maar dan drukker.

Voorburg, ik hoop van harte dat je gespaard zal blijven en ik later je oude vertrouwde schoonheid weer mag aanschouwen, als ik er over lange jaren weer kom.

Als je maar weet dat herinneringen durend een troost kunnen zijn voor je smart.
Als je maar altijd in lente en schoonheid gelooft.



En hiermee eindigt LidY’s dagboekje, dat ze op 22 oktober 1944 was begonnen. Twee weken later, op 9 mei 1945, trokken de Canadezen Voorburg binnen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *