Slot: Dominee hèt een meid! Een interview

Interview uit 1992 door Ruth Winsemius

Lidy Laurense-van der MeulenHet verhalen vertellen zit tot haar eigen verbazing in haar bloed. Van haar losse, sterk relativerende vertelstijl konden de ADW-lezers vier jaar lang maandelijks genieten. Zr. Lidy Laurense-van der Meulen houdt er nu mee op. ‘Je moet niet te lang doorgaan met zoiets’, vindt ze. En bovendien had ze de ongewone ‘gewone’ gebeurtenissen in de laatste standplaats die ze als predikantsvrouw in actieve dienst had, nu beschreven. Lees verder

11. De pastoriebaby

Staveren 1949-1953

Alida LaurenseIn de maand waarin we trouwden, kwam zowel bij de baptisten als bij de gereformeerden een pas getrouwd predikants­echtpaar in hun pastorie wonen. Voor ons erg leuk: drie jonge stellen die goed met elkaar overweg konden.

In een jong gezin is de kans op gezinsuitbreiding groot. Na een paar maanden deelde de gereformeerde predikants­vrouw mee dat zij in verwachting was. Een golf van verwachten gleed door Staveren. De gerefor­meerde vrouwengroep begon mooie en nuttige baby­spulletjes te maken. Lees verder

10. Beroepsbeurt

Staveren 1949-1953

preekstoel doopsgezinde kerk

Toen wij ongeveer tweeëneenhalf jaar in Staveren woonden, kwamen er brieven van vacante gemeenten met het verzoek of Leo zich al voor hen beschikbaar wilde stellen. Aanvankelijk gingen wij er niet op in, maar toen onze baby zich aan­kon­digde, vonden wij dat wij toch eens aan een grotere ge­meente moesten gaan denken.

De beroepssituatie was meestal als volgt geregeld: een va­cante gemeente zocht een drietal predikant­kandidaten, die drie weken achtereenvolgend een beroeps­beurt vervulden. Lees verder

9. De stier en de eieren

Staveren 1949-1953

stierVerscheidene leden van de gemeente hadden een boeren­bedrijf. Eén van de boerinnen nodigde mij uit haar boerderij te komen bekijken. Op een mooie september­middag fietste ik naar de boerderij, die over het spoor in de Noordermeer lag. Eerst ging ik over een asfaltweg en later over een smal paadje door het land. Ik moest twee hekken passeren, die gelukkig open stonden. Het paadje was goed berijdbaar en zo kwam ik na een prettig tochtje op de boerderij. Lees verder

8. Voorgang bij de vrouwen

Staveren 1949-1953

Hervormde kerk WarnsEén van de officiële taken van de predikantsvrouw was het meegaan naar begrafenissen. Daarbij had zij dan de ‘voor­gang bij de vrouwen’. Een rouwstoet werd rond de jaren vijftig van de 20e eeuw in Friesland namelijk als volgt samengesteld: achter de baar liep de dominee met de naaste mannelijke familie, vervolgens kwamen alle andere mannen, tot de verste achter­buurman toe, dan kwam er enige ruimte en tenslotte de predikantsvrouw met de naaste vrouwelijke familie en daarna alle deel­nemende vrouwen. Lees verder

7. Rare bokkensprongen

Staveren 1949-1953

Springende geitjesVeel bewoners van Staveren hadden als hobby het hou­den van geiten. Toen het voorjaar goed op gang was, werd in de schuine graswand bij de gracht vlak voor ons huis een geit neergezet met drie jongen. De kleintjes stonden niet vast. Dat kon, want er was nog maar weinig autoverkeer, zodat zij geen gevaar liepen. Wij genoten van de malle sprongen van dat kleine goed. Zij sprongen ook over onze stoep.

De winter was voorbij en de vulkachels werden opge­borgen: tijd voor de grote schoonmaak dus. Op een mooie voorjaars­dag besloten mijn hulp en ik de studeer­kamer een schoonmaak­­beurt te geven. Lees verder

6. Vrouwen op het Vrouwenzand

Staveren 1949-1953

Vrouwe van StavorenVoor het onderhoud van de pastorie had ik als hulp de dochter van de timmerman. We scheelden maar weinig in leeftijd en kon­den het best met elkaar vinden. Via haar moeder, die bestuurs­lid van de hervormde vrouwen­groep was, werd al spoedig bekend: “Die twee werken niet, die lachen alleen maar.”

Toen kwam één van die zeldzame zomermiddagen. Zelfs in Staveren, dat op de punt in het water ligt, zin­derde de warme lucht boven de straten en het IJssel­meer. Lees verder

5. Het no-iron overhemd

Staveren 1949-1953

Geit aan paalNaast de Staverse pastorie ligt een grasveldje met de waslijnen erboven, de zogenaamde ‘bleek’. Tijdens de vacature placht de buurman hier zijn geit te weiden. Toen de pastorie weer bewoond werd, kwam hij vragen of de geit op de bleek mocht blijven staan. Ik vond het best, dan bleef het gras kort. Alleen op wasdag had de geit hokarrest. Verder zou er rekening worden gehouden met de lijnen waar was aan hing en de plaats waar de geit stond.

Het ging een klein jaar goed. De geit at gras en wij kregen af en toe geitenmelk en geitenkaas. Maar op paaszaterdag liep het mis. Lees verder

4. Levende vis

Staveren 1949-1953

VissenDe burgemeestersvrouw nodigde mij uit op de thee. “Zij heeft vast een klusje voor je,” zei Leo. Op zijn minst ver­wachtte ik een collecte te moeten organiseren.

Het werd iets anders. De Huishoudelijke Voorlichting ten Platte­lande, ressorterend onder ‘Opbouw Friesland’, wilde naai- en kookcursussen in elke gemeente opzetten en zocht plaatselijke organisatrices. De burgemeestersvrouw wilde dit maar naar mij door­schuiven en ik vond het wel een leuke klus. Samen met een lerares landbouwhuishoudkunde begon ik met het voorbereiden en opzetten van een kookcursus. Lees verder

3. Mennist blauw

Staveren 1949-1953

zon en lamIn een klein stadje met duizend inwoners zijn uiteraard wei­nig winkels. Vaak is er van de meeste takken van ver­koop maar één soort. In onze jaren in Staveren was het watertoerisme (het bootjesvolk) nog gering. Als inwoner ben je van de winke­liers afhankelijk en zij weer van de klandizie. Het is in beider belang de inkopen bij de plaat­selijke middenstand te doen.

Tegen de winter hadden wij twee dekens nodig. Dus ik ging naar het piepkleine textielwinkeltje van Jan en Jantsje. Dekens waren uiteraard niet voorradig, maar met behulp van een stalen­boek werden de gewenste maat, kwaliteit en kleur be­paald. Lees verder