11. De pastoriebaby

Staveren 1949-1953

Alida LaurenseIn de maand waarin we trouwden, kwam zowel bij de baptisten als bij de gereformeerden een pas getrouwd predikants­echtpaar in hun pastorie wonen. Voor ons erg leuk: drie jonge stellen die goed met elkaar overweg konden.

In een jong gezin is de kans op gezinsuitbreiding groot. Na een paar maanden deelde de gereformeerde predikants­vrouw mee dat zij in verwachting was. Een golf van verwachten gleed door Staveren. De gerefor­meerde vrouwengroep begon mooie en nuttige baby­spulletjes te maken.

In het voorjaar, toen het kindje ge­boren was, deelde de baptiste predikants­vrouw mee dat ook zij een kind verwachtte. Nu sloeg de brei- en naai­woede over naar de baptiste zusterhulp. De doops­gezinde vrouwen kregen echter geen heugelijke tijding en voelden zich ten opzichte van hun stadsgenoten wat tekort­gedaan.

Onze jongerenkring omvatte leden uit Staveren en om­geving. In mei zouden ter afsluiting van het winter­seizoen de jongeren een dienst verzorgen. Leo had sa­men met het bestuur een dienst ontworpen en op een mooie middag begin mei 1951 fietste ik naar Warns. De zusterkring aldaar hield een verko­ping en dat was een mooie gelegenheid om geschenkjes voor de pastorie­baby’s te kopen. Bovendien kon ik dan de orde van dienst naar de secretaresse van de jongerenkring bren­gen, die voor vermenigvuldiging zou zorgen.

Ik deed mijn aankopen, dronk thee bij de zusters en liet mij uitleggen waar de genoemde secretaresse woonde. Nu wilde het geval dat deze secretaresse in het dagelijks leven vroedvrouw was. Warns is ook maar een dorp en mijn gangen waren precies nagegaan. Wat deed een jonge, pasgetrouwde vrouw, die eerst babyspulletjes kocht, daar bij de vroedvrouw? Een klein sommetje leerde de Warnser zusters dat er in de komende winter in de doopsgezinde pastorie ook een baby zou komen. Warns en Staveren liggen dicht bij elkaar en het doopsgezinde volk is vrij sterk familie van elkaar. Het duurde dus niet lang of mennist Staveren was op hoogte van de komst van een baby in de pastorie.

Ik kreeg pas argwaan, toen mij gevraagd of er een kerstkindje in de pastorie zou komen… Ik was niet in ver­wachting! Ik vroeg de slagersvrouw, wier man in de kerkenraad zat, om over de toonbank dit misverstand uit de wereld te helpen. Toen was de zaak opgelost. Zij stelde als voorwaarde dat, mocht er bij ons een baby verwacht worden, zij dit als eerste mocht weten. Winkel­nieuws!

Het duurde nog een vol jaar voor ik haar mijn blijde boodschap kon mededelen. Doopsgezind Staveren was met ons blij. De laatste baby in de pastorie was in 1920 geboren, rekende de kerkenraad uit. Nu kon de doops­gezinde zusterkring ook aan het werk om mooie baby­dingetjes te maken.

Maar helaas ont­ging de baby Stave­ren. In het najaar van 1952 kreeg Leo een beroep naar Meppel. In verband met de woningsituatie te Meppel en op advies van de dokter was het beter, dat ik ruim een maand voor het afscheid naar Meppel verhuisde. Mijn trouwe hulp ging mee.

Het afscheid van Staveren heb ik niet meegemaakt, evenmin als de intrede in Meppel, want een week na de intrede werd Alida geboren. De teleurstelling in Staveren was groot en zelf heb ik het ook niet leuk gevonden, want al degenen die mijn verwachting met mij gedeeld hadden, bleven in Staveren achter en de Meppelaren waren mij nog vreemd.

Viereneenhalf jaar later dreigde ik in precies dezelfde situatie terecht te komen. Ik heb Leo gevraagd zich van het tal te E. terug te trekken. Die tol voor een predikants­plaats was wel erg zwaar. Onze tweede dochter werd dus in Meppel geboren.

De pastorie in Staveren kwam leeg en is daarna nooit meer door een predikantsgezin bewoond. In 1986 is het huis afge­broken om plaats te maken voor de Rabobank. De kerkenraad liet de voordeurbel met haar gebarsten geluid aan een steel zetten en bood deze aan ons aan. Nog steeds heeft deze bel met een ankersymbool en het huisnummer 13 een ereplaatsje in onze kamer. Wij heb­ben heerlijke jaren in Staveren door­gebracht en de kleine gemeente heeft ons de praktijk van het pastorie­leven geleerd.


Deze column verscheen oorspronkelijk op 30 september 1989 in het
logo Algemeen Doopsgezind Weekblad

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.